Voor ondernemers


Aanpassing fiscale regeling aandelenoptierechten

Het kabinet kondigde in 2020 al een plan aan waarmee het voor start-ups en scale-ups aantrekkelijker wordt om werknemers te betalen met aandelenopties. Met de voorgenomen wijziging van het betaalmoment van de loonbelasting hoopt het kabinet dat deze bedrijven eenvoudiger werknemers aan zich kunnen binden.

Ook wil het kabinet met deze wijziging de ontwikkeling van jonge bedrijven stimuleren. Op 21 september 2021 diende het kabinet hiervoor een wetsvoorstel in.

Bron: Wetsvoorstel aanpassing fiscale regeling aandelenoptierechten

Ingangsdatum: 1-1-2022

Status: Wetsvoorstel

Huidige situatie

Een werkgever kan aan een werknemer een aandelenoptierecht verlenen. De werknemer kan dit optierecht op een later moment omruilen tegen een vooraf vastgesteld aantal aandelen van de onderneming, tegen een vooraf afgesproken prijs. Vaak gaat het hierbij om aandelen die niet direct verhandelbaar zijn door bijvoorbeeld verkoopafspraken die hierover vooraf gemaakt zijn.

In de huidige situatie moet de werknemer op het moment van omwisseling van optierecht naar aandelen loonbelasting betalen over de waarde van de verkregen aandelen. Een vooraf afgesproken aankoopprijs wordt hierop in minder gebracht.

Het is dus belangrijk dat de werknemer wel de middelen heeft om de belasting in box 1 te kunnen betalen, ook als de werknemer de aandelen niet direct kan verkopen. Voor veel werknemers blijkt deze regeling te zorgen voor liquiditeitsproblemen. Door deze problemen is een beloning van werknemers met aandelenoptierechten binnen de huidige wetgeving niet voor iedereen interessant.

Voorbeeld

Erik treedt in dienst bij InnoTech BV. Bij de concurrent kan Erik een jaarsalaris van € 80.000 verdienen. Met InnoTech BV heeft Erik een vast jaarsalaris afgesproken van € 60.000 en een aandelenoptierecht van €20.000.

Door de goede resultaten stijgt de waarde van de aandelen fors. Na enkele jaren is de waarde van de aandelen gestegen tot € 200.000. Erik besluit zijn optierecht uit te oefenen, waardoor hij de aandelen in zijn bezit krijgt. Op dit moment wordt de waarde van de aandelen progressief belast in box 1. Na afrekening in box 1 verhuizen de aandelen naar box 3.

In deze situatie loopt Erik het risico dat hij de verworven aandelen door restricties nog niet kan verkopen of dat ze niet op de beurs verhandeld worden. Doordat hij deze aandelen wellicht niet kan vervreemden, kan er door de heffing in box 1 een liquiditeitsprobleem ontstaan.

De nieuwe regeling

Het kabinet stelt voor de bestaande regeling zo aan te passen dat de werknemer pas belasting in box 1 betaalt over de bij omruil gekregen aandelen, als de werknemer deze aandelen kan verkopen aan anderen. Het is hierbij niet van belang of de werknemer de aandelen op dat moment daadwerkelijk verkoopt.

Met deze aanpassing van de fiscale behandeling wil het kabinet bedrijven, en dan met name de sector van start-ups en scale-ups, helpen om met behulp van aandelenoptierechten werknemers aan te kunnen nemen en langer voor de onderneming te kunnen behouden. Ook hoopt het kabinet met deze maatregel bij te dragen aan het verbeteren van de concurrentiepositie van Nederlandse bedrijven ten opzichte van bedrijven in de ons omringende landen.

Keuzeregeling De voorgestelde regeling betreft een keuzeregeling. Bij het uitoefenen van een optierecht moet de werknemer aangeven of hij kiest voor betalen van de loonbelasting op het moment van omruilen van het optierecht in aandelen, of op het moment dat de verworven aandelen verhandelbaar zijn. De werknemer moet de keuze schriftelijk kenbaar maken aan de inhoudingsplichtige (meestal de werkgever). Doet de werknemer dat niet, dan wordt standaard de betaling van de loonbelasting doorgeschoven naar het moment dat de aandelen verkocht kunnen worden.

In de situatie dat bij de uitoefening van een aandelenoptierecht de aandelen direct verhandelbaar zijn, hoeft er geen sprake te zijn van een gebrek aan liquiditeiten om de belasting in box 1 te betalen. De waarde in het economisch verkeer van de verworven aandelen wordt direct als loon belast. Hierop mag een eventuele kostprijs in mindering worden gebracht. Het blijft uiteraard wel de keuze van de werknemer of hij er ook voor kiest om de aandelen daadwerkelijk te verkopen. Als de werknemer niet kiest voor verkoop, zullen de aandelen, na inhouding van de loonbelasting, verder fiscaal behandeld worden in box 3.

Dividend Als een medewerker aandelen in bezit krijgt door gebruik te maken van een aandelenoptierecht en deze aandelen (nog) niet verhandelbaar zijn, dan worden deze dus nog niet in de loonheffing betrokken. Op het moment dat een werknemer tussentijds dividend ontvangt over deze aandelen, dan wordt dit dividend ook gerekend tot het loon waarover belasting in box 1 betaald moet worden zodra de aandelen verkocht kunnen worden.

Tegengaan oneigenlijk gebruik en langdurig uitstel heffing Het kan voorkomen dat een medewerker bij de uitoefening van een aandelenoptierecht aandelen in bezit krijgt die de betreffende werknemer door contractuele beperkingen niet mag verkopen. Als dit aandelen zijn van een beursgenoteerde onderneming, dan wordt het heffingsmoment van belasting in box 1 uitgesteld tot maximaal vijf jaar na het moment van omruilen van het optierecht in aandelen. Als een onderneming nadat de werknemer de aandelen krijgt, een beursnotering krijgt en er sprake is van een contractuele beperking, dan wordt het heffingsmoment uitgesteld tot uiterlijk vijf jaar na de beursgang.

Tip

Het uitstellen van het heffingsmoment kan nadelig uitwerken voor je klant. Als een medewerker ervoor kiest om een aandelenoptierecht om te ruilen in aandelen, dan geeft dat aan dat deze medewerker vertrouwen heeft in het bedrijf. Als dat vertrouwen terecht blijkt te zijn, dan stijgt de waarde van deze aandelen. Door uitstel van het heffingsmoment in box 1, wordt de toekomstige waardestijging ook belast in box 1.

Pas na heffing in box 1 gaat de fiscale behandelingen van deze aandelen over naar box 3. Een werknemer die wel de mogelijkheden heeft om direct bij het krijgen van de aandelen af te rekenen in box 1, kan hierdoor voordeliger uit zijn. Deze werknemer moet die keuze wel schriftelijk doorgeven aan de inhoudingsplichtige.

Deel dit artikel: