Voor iedereen


Stand van zaken pensioenwetgeving

Bron: (concept) Wetgeving inzake pensioen

Ingangsdatum: Meerdere data

Status: Deels aangenomen, deels in behandeling

Begin juli 2020 is het pensioenakkoord gesloten tussen het kabinet en de sociale partners. De wens van de partijen is om het pensioenstelsel zoals we dat kennen in Nederland te hervormen.

Er zal een hele andere manier van pensioenopbouw komen en de bestaande pensioenen moeten zoveel als mogelijk worden omgezet naar het nieuwe stelsel. Maar wat is er eigenlijk na het pensioenakkoord al gebeurd en wat staat er nog te gebeuren? Net als vorig jaar geven we je in de Prinsjesdagspecial een update van de stand van zaken.

Wil je weten waarom het noodzakelijk is het pensioenstelsel te hervormen? Bekijk hieronder de korte animatie.

Bron: Rijksoverheid

Al geldende wetgeving Sinds 2013 stijgt de AOW-leeftijd in Nederland. De AOW-leeftijd steeg echter te snel en dat is afgeremd. In de Wet temporisering verhoging AOW-leeftijd is neergelegd dat de AOW-leeftijd in kleinere stapjes toeneemt tot 67 jaar in 2024. Vanaf 2025 is de AOW-leeftijd gekoppeld aan de ontwikkeling van de levensverwachting. Door de Wet verandering koppeling AOW-leeftijd stijgt de AOW-leeftijd niet één jaar per jaar dat we langer leven, maar slechts 2/3 daarvan (dus acht maanden). De AOW-leeftijd staat vast op 67 jaar tot en met 2026. Een verdere verhoging moet telkens minimaal vijf jaar van tevoren worden medegedeeld.

Wat ook al deels geldt, is de Wet bedrag ineens, RVU en verlofsparen. Die wet maakt het tijdelijk mogelijk dat werknemers maximaal drie jaar voor de AOW-leeftijd stoppen met werken met een financiële bijdrage van hun werkgever, zonder dat de werkgever een strafheffing (RVU-heffing) is verschuldigd over die financiële bijdrage. De regeling geldt voor werknemers die vóór 2029 hun AOW-leeftijd bereiken. Werkgever en werknemer moeten uiterlijk eind 2025 hierover afspraken hebben gemaakt. Deze tijdelijke regeling is afgesproken in het pensioenakkoord, vooruitlopend op een definitieve regeling in de wet. Zo is er recent onderzoek gedaan naar de mogelijkheid na 45 dienstjaren met pensioen te gaan.

Een ander onderdeel van deze wet is de opname van een bedrag ineens op pensioendatum. Dit deel is nog niet in werking getreden. De bedoeling is dat opname ineens mogelijk is vanaf 1 januari 2023.

De opname ineens – afkoop – op de ingangsdatum ziet op maximaal 10% van de waarde van aanspraken op ouderdomspensioen en op maximaal 10% van de waarde van een aanspraak op lijfrente.

Tip

Als adviseur kun je nu al rekening houden met de toekomstige mogelijkheid van afkoop ineens op de ingangsdatum. Als jouw klant bijvoorbeeld in 2022 de pensioendatum bereikt en hij wil een groter bedrag in één keer ontvangen, kun je de klant adviseren de pensioendatum – eventueel in overleg met de werkgever – enkele maanden uit te stellen. Dat opent de mogelijkheid om gebruik te maken van de nieuwe wettelijke faciliteit.

Nog in de steigers De grootste pensioenwijziging is neergelegd in het conceptwetsvoorstel toekomst pensioenen. Het is nog een concept en het voorstel moet nog worden ingediend bij de Tweede Kamer. De bedoeling is dat de minister het wetsvoorstel begin 2022 indient en dat het wetsvoorstel na parlementaire goedkeuring ingaat per 1 januari 2023. Vervolgens hebben partijen tot 1 januari 2027 de tijd om over te stappen naar het nieuwe stelsel. Eerder overstappen mag.

In het nieuwe stelsel zijn er nog twee soorten pensioenregelingen mogelijk: de solidaire premieregeling (in het conceptwetsvoorstel nog het nieuwe pensioencontract genoemd) en de flexibele premieregeling (in het conceptwetsvoorstel genoemd de verbeterde premieregeling). Beide regelingen zijn een premieovereenkomst. Er is in het nieuwe pensioenstelsel geen plaats meer voor een uitkeringsovereenkomst of een kapitaalovereenkomst. Dit betekent dat in het nieuwe pensioenstelsel beleggingsrisico’s meer bij de deelnemer komt te liggen. Het pensioenkapitaal op pensioendatum wordt daarbij afhankelijk van de rendementen die pensioenuitvoerders behalen bij het beleggen van de premie. Bij een variabele pensioenuitkering is de hoogte van de pensioenuitkering ook na de pensioendatum afhankelijk van beleggingsrendementen. Het kan dus zijn dat een pensioenuitkering het ene jaar stijgt, maar het andere jaar weer daalt. Pensioenuitvoerders kunnen daarbij wel positieve en negatieve rendementen spreiden over de jaren. Dat dempt de verhoging of verlaging van de jaarlijkse pensioenuitkering.

Tip

Als je een klant adviseert over een nieuwe pensioenregeling voor het personeel of over een wijziging van een bestaande pensioenregeling, houd dan al rekening met de voorgenomen aanpassingen. Zo zijn premiestaffels straks niet meer toegestaan en gaat voor iedereen – uitgezonderd overgangsrecht – een gelijke premie gelden.

Nabestaandenpensioen Onderdeel van de nog uit te werken Wet toekomst pensioenen is de hervorming van het nabestaandenpensioen. Waar nu nog de hoogte van het nabestaandenpensioen is afgeleid van onder meer de (te bereiken) diensttijd van de werknemer, zal dat element verdwijnen. Er komt een maximumpercentage, afgeleid van het loon van de werknemer. Het nabestaandenpensioen na pensioendatum wordt wel opgebouwd. Het nabestaandenpensioen voor pensioendatum wordt verzekerd op risicobasis.

In het huidige stelsel heeft dat nadelige gevolgen als de deelnemer uit dienst gaat. In het nieuwe stelsel is de hoogte van het nabestaandenpensioen afgeleid van het loon en heeft verandering van werkgever geen nadelige gevolgen.

Voorbeeld

Maaike (33 jaar) is getrouwd met Joris. Zij hebben samen twee kleine kinderen. Maaike treedt dit jaar in dienst bij haar nieuwe werkgever. Zij bouwt ook pensioen op bij haar nieuwe werkgever. De pensioenrichtleeftijd is 68 jaar. Haar pensioenregeling voorziet in een nabestaandenpensioen. Voor pensioendatum gaat het om een nabestaandenpensioen op risicobasis. Het pensioengevend salaris bedraagt € 45.000 en de AOW-franchise bedraagt € 14.544. De hoogte van het nabestaandenpensioen bedraagt 1,313% x (€ 45.000 -/- € 14.544) x 35 jaar (bereikbaar aantal dienstjaren) = € 13.996. De werkgever besluit in het nieuwe stelsel uit te gaan van een maximaal nabestaandenpensioen. In het nieuwe stelsel bedraagt de hoogte van het partnerpensioen 50% x € 45.000 = € 22.500.

Maaike gaat na 10 jaar uit dienst bij haar werkgever en gaat bij een andere werkgever werken. Ook daar bouwt zij pensioen op en is het nabestaandenpensioen op risicobasis is verzekerd. In het huidige stelsel is de dekking van het nabestaandenpensioen bij haar oude werkgever beëindigd. Bij haar nieuwe werkgever is wel een nabestaandenpensioen op risicobasis verzekerd. Maaike heeft nu een salaris van € 50.000 en de AOW-franchise bedraagt € 14.544. De hoogte van haar nabestaandenpensioen bedraagt 1,313% x (€ 50.000 -/- € 14.544) x 25 jaar = € 11.638. Stel dat de nieuwe werkgever in het nieuwe stelsel uitgaat van een maximaal nabestaandenpensioen. De hoogte van het nabestaandenpensioen in het nieuwe stelsel bedraagt dan 50% x € 50.000 = € 25.000.

Let op

De hoogte van het nabestaandenpensioen na pensioendatum kan een stuk lager zijn dan 50% van het salaris. Op pensioendatum wordt de keuze gemaakt welk deel van het kapitaal aangewend wordt voor ouderdoms- en welk deel voor nabestaandenpensioen.

Conclusie De wijziging van het pensioenstelsel is ingrijpend en belangrijk voor vrijwel alle klanten. De komende jaren kun je daarom veel vragen hierover van klanten verwachten. Klanten zullen behoefte hebben aan begeleiding bij de keuzes die zij de komende jaren kunnen maken. Vaak hebben zij moeite om de gevolgen van de diverse keuzes in voldoende mate te kunnen overzien.

Geplande ingangsdatum van het nieuwe nabestaandenpensioen is ook 1 januari 2023.

Deel dit artikel: