Voor iedereen


Verzamelwet SZW 2022

Ook dit jaar stelt het kabinet enkele wijzigingen voor op het gebied van arbeid en sociale zekerheid. Het is een verzameling van wetsaanpassingen die de minister graag per 1 januari 2022 wil doorvoeren.

Bron: Wetsvoorstel

Ingangsdatum: 1-1-2022

Status: Voorstel

Met deze verzamelwet SZW wil de minister geen substantiële beleidswijzigingen doorvoeren. Wel worden wetswijzigingen voorgesteld die onder andere knelpunten aanpakt die het UWV en SVB ervaren in de uitvoering. Daarnaast komen enkele wijzigingen door Europese richtlijnen. Dat gaat dan om tekstuele aanpassingen waardoor onderwerpen duidelijker worden gemaakt. We geven hier een overzicht van de meest in het oog springende aanpassingen via deze verzamelwet.

We kunnen vaststellen dat grote vraagstukken op het gebied van flexwerkers, wijziging van Wet deregulering beoordeling arbeidsrelaties (DBA), verlagen van de WIA-ondergrens, de introductie van een proactieve infrastructuur voor de arbeidsmarkt of introductie van de verplichte AOV voor zzp’ers niet voorkomen in deze verzamelwet. Deze vraagstukken worden hoogstwaarschijnlijk pas aangepakt als er een nieuwe regering is.

De verzamelwet SZW omvat:

  • Levensloopregeling
  • Wet op ondernemingsraden
  • AOW
  • Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen
  • Wet inburgering 2021
  • WW
  • Wajong
  • No-riskpolis
  • Medische beschikkingen volgens WAO, WIA en ZW

Levensloopregeling

De levensloopregeling bestaat niet meer vanaf 1 januari 2022. Hierdoor vervallen sommige wetsartikelen en worden bestaande tegoeden eind 2021 uitgekeerd.

Via de levensloopregeling konden werknemers een deel van hun brutoloon sparen voor onbetaald verlof. Per 1 januari 2012 is de levensloopregeling afgeschaft en gold er voor bestaande deelnemers een overgangsregeling tot 1 januari 2022. Omdat de levensloopregeling vanaf 1 januari 2022 niet meer bestaat, vervallen verschillende wetsartikelen die hierop betrekking hadden. Iedereen die op 1 november 2021 nog steeds een levenslooptegoed bij een instelling (bank, verzekeraar of beleggingsinstelling) heeft, krijgt dit tegoed dit jaar uitgekeerd.

De levensloopinstelling houdt loonbelasting in op de uitkering. Let op, hierbij wordt geen rekening gehouden met overige inkomsten en eventuele heffingskortingen.

Wet op ondernemingsraden

De minister wil de Wet op de ondernemingsraden aanpassen om ervoor te zorgen dat de OR een goede afspiegeling is van de in de onderneming werkzame personen. Daarnaast wil de minister de mogelijkheid van een ‘vaste commissie’ binnen de OR stimuleren en tegelijk de belasting voor de OR-leden verminderen.

Nederland maakt de transitie van baanzekerheid naar werkzekerheid. De tijd dat een werknemer zijn leven lang werkzaam was voor één baas, is voorbij. Dat vertaalt zich ook in de gemiddelde duur van een dienstverband die de afgelopen decennia sterk is afgenomen en de toename van het aantal flexibele dienstverbanden. Uit onderzoek blijkt dat de betrokkenheid van flexkrachten bij deelname aan de ondernemingsraad (OR) achterblijft.

AOW

Het nationaliteitsvereiste voor mensen die vóór 2007 de AOW-gerechtigde leeftijd bereikten, wordt uit de Algemene Ouderdomswet (AOW) gehaald omdat dit in strijd is met non-discriminatiebepalingen. Hierdoor hebben meer mensen recht op volledige AOW.

1 januari 1957 ging de Algemene Ouderdomswet (AOW) in. Mensen bouwen in 50 jaar recht op een volledig AOW-pensioen op. Om te voorkomen dat mensen die voor 2007 de AOW-gerechtigde leeftijd bereikten gekort werden op hun uitkering is in dezelfde wet een overgangsregeling getroffen:

  • Iemand die op 1 januari 1957 al 15 jaar of ouder was, wordt behandeld alsof die vanaf de 15-jarige leeftijd is verzekerd.
  • Dit voordeel geldt zolang: o die persoon in Nederland woont; o vanaf de 59e tot 65-jarige leeftijd ook in Nederland woonde; o én de Nederlandse nationaliteit heeft. Het SVB constateert dat het nationaliteitsvereiste conflicteert met (internationale) non-discriminatiebepalingen. Daarom wil de minister deze eis uit de wet halen. Hierdoor gaan ongeveer 439 mensen (meer) AOW ontvangen. De SVB schat in dat hierdoor de uitkeringslasten het eerste jaar maximaal € 400.000 toenemen. Dat bedrag daalt jaarlijks.

Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen

In artikel 40 en 130 van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen wordt geregeld dat het UWV per werkgever het percentage werknemers dat in een kalender jaar recht kreeg op een WGA-uitkering bekend maakte. Deze bekendmaking wil de minister afschaffen.

Sinds 2008 meldt het UWV aan werkgevers met meer dan 250 werknemers jaarlijks het WGA-instroompercentage. Hiermee geeft het UWV aan welk percentage werknemers van die werkgever in het voorgaande kalenderjaar recht kreeg op een WGA-uitkering. Het UWV deelde deze cijfers met als doel de werkgever bewust te maken van deze cijfers en zijn preventie-, arbo-, verzuim- en re-integratiebeleid te optimaliseren.

Als bijlage stuurde het UWV bij de brief ook een specificatie mee van de werknemers van die werkgever, die zijn ingestroomd in de WGA. Dankzij deze bijlage kon een werkgever controleren of het UWV deze instroomcijfers goed had berekend.

In de huidige juridische privacywetgeving is het niet meer mogelijk deze persoonsgegevens te verstrekken. Omdat het UWV door de eerder genoemde artikelen van de WIA nog verplicht was deze gegevens te verstrekken, heeft het UWV deze gegevens (als het aan de minister ligt) dit jaar voor het laatst verstrekt aan werkgevers. In de toekomst heeft een werkgever daarmee geen inzicht meer in het resultaat van zijn inspanningen op het gebied van arbeidsongeschiktheid op basis van hun WGA-instroompercentage. Dankzij eigenrisicodragerschap en premiedifferentiatie blijven werkgevers nog steeds gestimuleerd om hun ziekteverzuim terug te dringen en re-integratie te bevorderen. De cijfers voor premiedifferentiatie kunnen werkgevers ook in de toekomst nog controleren, zodat de werkgever zicht blijft houden op de instroom in de WGA vanuit deze organisatie.

Wet inburgering 2021

De regering wil een wettelijk kader scheppen waarmee gemeenten en DUO problematische stapeling van boetes bij inburgeringsplichtigen kunnen voorkomen.

Gemeenten en DUO zijn in enkele gevallen wettelijk verplicht om bij een verwijtbare overtreding een boete op te leggen aan een inburgeringsplichtige. Naar aanleiding van de affaire rondom de kinderopvangtoeslag is de regering verzocht een hardheidsclausule bij deze regel op te nemen. Dankzij deze hardheidsclausule kan er een extra ‘ventiel’ aan het boetesysteem worden toegevoegd waardoor gemeenten en DUO de mogelijkheid krijgen om schrijnende gevallen een oplossing te bieden. De regering wil hiermee het wettelijk kader scheppen waarmee gemeenten en DUO problematische stapeling van boetes bij inburgeringsplichtigen kunnen voorkomen.

WW

Intrekken of herzien van WW-uitkering wordt gemakkelijker. De regels komen in lijn met andere uitkeringswetten zoals de WIA.

Minister Koolmees wil via een aanpassing in artikel 22a lid 1 onderdeel c van de Werkloosheidswet bereiken dat een WW-uitkering nog vaker kan worden herzien of ingetrokken dan nu het geval is. Na deze aanpassing is dat bijvoorbeeld ook mogelijk als een uitkeringsgerechtigde zich ernstig misdraagt naar een medewerker van het UWV, niet komt opdagen op een afspraak of bewijsstukken niet overlegt. Hiermee worden de regels in de Werkloosheidswet in lijn gebracht met bestaande vergelijkbare regels in andere uitkeringswetten zoals de Ziektewet of de WIA.

Deel dit artikel: