Voor iedereen


Wijzigingen in de zorgverzekeringen

Bron: Zorgverzekeringswet

Ingangsdatum: Meerdere

Status: Deels definitief, deels voorstel

Het verplicht eigen risico in 2022 blijft gelijk, de premie stijgt naar verwachting. De dekking van de basisverzekering blijft nagenoeg gelijk. De collectieve korting wordt naar verwachting afgeschaft per 1 januari 2023. We diepen deze onderwerpen een voor een verder uit.

Het verplichte eigen risico blijft in 2022 gelijk op € 385. Een ruime Kamermeerderheid heeft ingestemd met een voorstel om het bedrag ook volgend jaar te bevriezen. Over de jaren daarna moet een nieuw kabinet een beslissing nemen.

Aangezien het eigen risico gelijk blijft, is de kans groot dat de premie stijgt. De zorgkosten in Nederland stijgen en als het eigen risico niet meestijgt, worden de extra kosten betaald door een hogere premie. De overheid verwacht dat de nominale premie op jaarbasis gemiddeld € 31 stijgt, waardoor de maandpremie uitkomt op € 125,75. Dit is slechts een raming. Zorgverzekeraars bepalen zelf hun premie. Die moet vóór 12 november 2021 bekend zijn. Pas dan weten we definitief of de premie volgend jaar stijgt en hoeveel. Verder daalt de inkomensafhankelijke bijdrage met 0,3% en blijft de premie voor de Wet langdurige zorg gelijk. De zorgtoeslag stijgt licht: de exacte bedragen worden later bekend gemaakt.

Maatregel

Het eigen risico blijft ook in 2022 € 385. Omdat de fixatie van het eigen risico automatisch afloopt per 31 december 2021, is een wetsvoorstel ingediend om de Zorgverzekeringswet (Zvw) aan te passen.

Dekking zorgverzekering Mensen die na een coronabesmetting last hebben van ernstige klachten, kunnen paramedische herstelzorg vergoed krijgen uit het basispakket. Voor vergoeding van de paramedische herstelzorg is een verwijzing van een huisarts of medisch specialist nodig.

Er is voor deze zorg een speciale regeling in het leven geroepen. Deze regeling liep af op 1 augustus 2021, maar is verlengd tot 1 augustus 2022. Ook is de regeling op enkele punten aangepast:

  • De termijn waarbinnen de zorg moet beginnen, is verlengd. In de eerste versie van de regeling moest de verwijzing naar paramedisch herstelzorg plaatsvinden binnen vier maanden na het einde van het acute ziektestadium. Die termijn is nu verlengd naar zes maanden.
  • De huisarts mag ook verwijzen voor een tweede behandelperiode, na een eerste behandelperiode van zes maanden. In de vorige regeling mocht alleen de medisch specialist dat doen.

De wijzigingen zijn ingegaan op 1 juli 2021.

Maatregel

De dekking van de basisverzekering verandert nauwelijks. Het belangrijkste is dat fysiotherapie bij long covid wordt verlengd. Daarnaast komen er een aantal nieuwe medicijnen bij en worden elektriciteitskosten bij mechanische ademhalingsondersteuning in de thuissituatie per 1 januari 2022 vergoed via de zorgverzekering.

Maatregel

In juni 2021 heeft de minister voor Medische Zorg een wetsvoorstel ingediend om de collectiviteitskorting af te schaffen per 1 januari 2023. Sinds 1 januari 2020 was de maximale collectiviteitskorting al verlaagd van 10% naar 5%.

Collectieve korting verdwijnt Collectiviteiten en collectiviteitskorting zijn onderdeel van de Zorgverzekeringswet sinds de invoering per 1 januari 2006. Het doel van de collectiviteitskorting is het teruggeven van besparingen op de zorgkosten en uitvoeringskosten. Die besparingen ontstaan door afspraken te maken tussen de zorgverzekeraar en de collectiviteit, bijvoorbeeld op het gebied van doelmatige zorginkoop, leefstijl, preventie of administratiekosten. Bij verreweg de meeste collectiviteiten is er onvoldoende besparing om de premiekorting te rechtvaardigen. De collectiviteitskorting wordt meestal niet bekostigd door besparing op de uitgaven, maar via een opslag die de zorgverzekeraar op de premie vraagt. De premie wordt eerst verhoogd voor iedereen om deze verhoging vervolgens aan sommigen terug te geven alsof het een korting is. Dat wordt kruissubsidiëring genoemd. Individueel verzekerden betalen dus via deze premieopslag mee aan de collectiviteitskorting van collectief verzekerden. Door de afschaffing van de collectiviteitskorting vervalt de premieopslag. Naar verwachting worden de verschillen tussen de premies dan kleiner. Gemiddeld blijft het bedrag van de premie hetzelfde, doordat de kruissubsidiëring wegvalt. Het is de bedoeling de collectiviteitskorting per 1 januari 2023 af te schaffen. Op die manier hebben zorgverzekeraars en collectiviteiten genoeg tijd om hun afspraken aan te passen. Over het wetsvoorstel is nog niet gestemd door de Tweede en de Eerste Kamer.

Deel dit artikel: