Voor ondernemers


Bronbelastingen

Met de Wet bronbelasting wordt per 1 januari 2021 een nieuwe bronbelasting geïntroduceerd. Deze bronbelasting wordt ingevoerd om te voorkomen dat Nederland nog langer gebruikt wordt voor belastingontwijking door het verschuiven van de (Nederlandse) belastinggrondslag naar landen met een lagere belastingdruk. 

Bron: Wet bronbelasting 2021

Ingangsdatum: 1-1-2021

Status: Wetgeving

Nederland is een doorsluisland, schreef het Centraal Planbureau vorig jaar. Een groot deel van de uitgaande investeringen wordt beheerd door in Nederland gevestigde brievenbusmaatschappijen. Jaarlijks keren zij circa 200 miljard euro uit aan gelieerde ondernemingen in het buitenland. Rente- en royaltybetalingen aan gelieerde entiteiten in aangewezen laagbelastende jurisdicties (belastingparadijzen) worden onderhevig aan de nieuwe bronbelasting. De Wet bronbelasting verstaat onder ‘laagbelastende jurisdicties’:

  • landen zonder winstbelasting of met een tarief lager dan 9%;
  • landen op de EU-lijst van niet coöperatieve rechtsgebieden.

In misbruiksituaties is ook bronbelasting verschuldigd, ook bij betaling naar andere landen. De bronbelasting wordt geheven naar een tarief gelijk aan het hoogste tarief in de vennootschapsbelasting (2021: 25%). In eerste instantie was het de bedoeling dat ook dividendstromen naar deze belastingparadijzen werden meegenomen in de bronbelasting. Dat voorstel is gesneuveld. Door het uitgebreide Nederlandse verdragennetwerk, wordt Nederland vaak gebruikt om belastingheffing te voorkomen. Het kabinet vindt dat onwenselijk. De bronbelasting wordt geheven bij een (door)betaling van inkomsten aan gelieerde bedrijven. Een bedrijf is gelieerd als de aandeelhouder direct of indirect invloed heeft op de besluitvorming binnen dat lichaam.