Voor ondernemers


Corona: inkomensondersteunende maatregelen

Vanaf het vroege voorjaar van 2020 houdt het COVID-19-virus ook Nederland in zijn greep. Om het virus en onze gezondheidszorg te beheersen, zijn ingrijpende maatregelen noodzakelijk. De economische en maatschappelijke gevolgen van deze maatregelen zijn enorm. Daarom ondersteunt het kabinet ondernemers met tijdelijke financiële regelingen. Onlangs is het derde pakket aan maatregelen geïntroduceerd. We zetten de maatregelen uit dit derde pakket voor je op een rij.

Bron: Wijziging Besluit Wsfv

Ingangsdatum: Terugwerkende kracht vanaf 1-1-2020

Status: Doorgevoerd; 14-09-2020 gepubliceerd in staatscourant

Noodmaatregel Overbrugging voor Werkgelegenheid (NOW) De tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging voor Werkgelegenheid (NOW) ondersteunt ondernemers die een omzetterugval verwachten van minimaal 20% door de coronacrisis. Deze ondernemer kan bij het UWV een tegemoetkoming in de loonkosten aanvragen. De vergoeding bedraagt maximaal 90% van de loonsom en is afhankelijk van het omzetverlies. Het UWV verstrekt een voorschot van 80% van de gevraagde tegemoetkoming. Daardoor kunnen bedrijven hun personeel blijven betalen. Deze tijdelijke regeling vervangt de regeling Werktijdverkorting (wtv). De overheid verlengt de NOW-regeling tot 1 juli 2021. In die periode wordt de NOW geleidelijk afgebouwd, zodat ondernemers en werkenden tijd en ruimte hebben om zich aan te passen aan de onderstaande wijzigingen:

  • Tot 1 januari 2021 komen bedrijven met minimaal 20% omzetverlies in aanmerking voor de NOW-regeling. Daarna wordt dat percentage verhoogd naar 30%.
  • De vergoedingspercentages dalen van 80% naar 70% en vervolgens naar 60%.
  • De werkgever die gebruikmaakt van NOW 3 krijgt de mogelijkheid om de loonsom in de onderneming geleidelijk te laten dalen met 10%, 15% en 20% zonder dat dit ten koste van de compensatie gaat.
  • De korting die in NOW 2 wordt toegepast als een of meerdere werknemers worden ontslagen om bedrijfseconomische redenen, wordt in NOW 3 losgelaten.
  • Het maximaal te vergoeden loon per werknemer wordt in het derde tijdvak nadat de regeling is ingevoerd (april/mei/juni 2021) verlaagd naar maximaal 1x het dagloon. Daarmee komt de situatie tijdens dit laatste tijdvak meer in lijn met het gebruikelijke dagloon binnen de sociale zekerheid (de regeling wtv).

Let op

NOW en de accountantsverklaring/verklaring derde Werkgevers die gebruikmaken van de NOW (1, 2 en/of 3), moeten na afloop van de subsidieperiode opgeven hoe hoog de definitieve omzetdaling was in de betreffende periode. Afhankelijk van de hoogte van het voorschot en het definitieve bedrag is mogelijk een accountantsverklaring of een verklaring van een deskundige derde noodzakelijk. - Geen verklaring: het voorschot is lager dan € 20.000 en het definitieve bedrag is lager dan € 25.000. - Verklaring van een deskundige derde: het voorschot is hoger dan € 20.000 óf het definitieve bedrag is hoger dan € 25.000. - Accountantsverklaring: het voorschot is hoger dan € 100.000 óf het definitieve bedrag is hoger dan € 125.000.

Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (Tozo) Voor zelfstandig ondernemers, waaronder ook de zzp’ers, heeft het kabinet een tijdelijke versoepeling van het Besluit bijstandverlening zelfstandigen (Bbz) ingevoerd: de Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (Tozo). De Tozo ondersteunt zelfstandigen bij het voortzetten van hun bedrijf. De regeling vult het inkomen van zelfstandigen tijdelijk aan tot aan het sociaal minimum. Zelfstandigen hoeven Tozo-uitkeringen niet terug te betalen. Bij de eerste invoering van deze steunmaatregel gold geen inkomens- of vermogenstoets. Bij de invoering van het tweede pakket telt het inkomen van de partner van de ondernemer wel mee bij de beoordeling en toekenning van de tegemoetkoming. Met het derde pakket wordt ook een vermogenstoets ingevoerd. Alleen zelfstandig ondernemers met minder dan € 46.520 aan direct beschikbare middelen komen nog in aanmerking. Denk hierbij aan spaargeld en privébeleggingen. Overwaarde in de eigen woning en niet vrij opneembare oudedagsvoorzieningen (pensioen en lijfrentes) blijven buiten beschouwing. Zo wordt de inzet van de Tozo gerichter en oneigenlijk gebruik minder. Daarnaast wordt op deze manier een stap gezet naar toepassing van de reguliere bijstand voor zelfstandig ondernemers, het Bbz. Het kabinet vindt het belangrijk dat ondernemers zich niet alleen oriënteren op de korte termijn, maar vooral ook op hun toekomst voor de lange termijn. Zij wil deze ondernemers daarbij ondersteunen. Vanaf 1 januari 2021 ondersteunen gemeenten zelfstandig ondernemers, daar waar nodig, bij de oriëntatie voor de langere termijn. Hetzij als zelfstandig ondernemer, hetzij als werknemer in loondienst.

Tegemoetkoming Vaste Lasten (TVL) In het derde pakket steunmaatregelen komt ook de Tegemoetkoming Vaste Lasten (TVL) terug. Dat is een belastingvrije uitkering waarop bedrijven uit een aantal extra zwaar getroffen sectoren een beroep kunnen doen voor het betalen van een deel van de vaste lasten, zoals huur. Denk hierbij aan de horeca en de evenementenbranche. De TVL wordt na 1 oktober 2020 wel op enkele punten aangepast:

  • De TVL wordt telkens drie keer met drie maanden verlengd tot 1 juli 2021. Voor iedere periode moet de ondernemer een nieuwe aanvraag doen.
  • De minimaal aantoonbare vaste lasten bedragen € 4.000 in drie maanden (dit was vier maanden).
  • De maximale subsidie wordt verhoogd naar € 90.000 (was € 50.000) per drie maanden.
  • Na 1 januari 2021 wordt de TVL langzaam afgebouwd. De grens voor omzetverlies wordt dan stapsgewijs verhoogd. Dit onderdeel werkt de overheid nog verder uit. Tot 31 december 2020 blijft de huidige grens van minimaal 30% omzetverlies van kracht.