Voor ondernemers


Excessief lenen bij de eigen vennootschap

Aanmerkelijkbelanghouders betalen vanaf 2023 inkomstenbelasting over (een deel van) de bovenmatige lening die zij bij de eigen onderneming zijn aangegaan. Dit jaar is het wetsvoorstel Wet excessief lenen bij de eigen vennootschap gepubliceerd. Daarin staat dat een aanmerkelijkbelanghouder vanaf 2023 belasting betaalt over zijn schulden bij de eigen vennootschap voor zover deze schulden meer bedragen dan € 500.000. Eigenwoningschulden in box 1 die bij de eigen vennootschap zijn afgesloten, vallen daar niet onder.

Bron: Wetsvoorstel

Ingangsdatum: 1-1-2023

Status: Behandeling Tweede Kamer

Box 2

De belastingplichtige heeft een aanmerkelijk belang als hij bijvoorbeeld 5% van de aandelen bezit in een vennootschap. Het inkomen uit aanmerkelijk belang is het gezamenlijke bedrag uit de winstuitdelingen en vervreemdingswinsten. Het voordeel uit aanmerkelijk belang is belast in box 2. Het kabinet wil het excessief lenen bij de eigen vennootschap tegengaan. Door te lenen van de eigen vennootschap, kunnen aanmerkelijkbelanghouders belastingheffing in box 2 voor een lange tijd uitstellen. In plaats van dividend uitkeren, neemt de aandeelhouder vermogen op ten laste van de rekening-courant bij de bv. In een aantal situaties wordt zelfs afstel gerealiseerd. Dat is het geval wanneer de aanmerkelijkbelanghouder de lening niet kan terugbetalen (bijvoorbeeld bij faillissement).

Regelmatig speelt de vraag of en in hoeverre sprake is van een lening. De Belastingdienst vindt vaak dat de lening een verkapte (fiscale) winstuitdeling is. In de praktijk kunnen zij dat lastig aantonen. Met dit wetsvoorstel behoren discussies over schuldverhoudingen van meer dan € 500.000 tot de verleden tijd.

Wetsvoorstel excessief lenen bij eigen vennootschap

Het doel van het wetsvoorstel Wet excessief lenen bij eigen vennootschap is het beperken van toegenomen belastinguitstel (of -afstel) door de aanmerkelijkbelanghouder. Daarom worden de schulden van de aanmerkelijkbelanghouder in box 2 belast. Als de totale som van de schulden meer dan € 500.000 bedraagt, wordt het meerdere in 2023 belast als inkomen uit aanmerkelijk belang. Daarbij kijkt de Belastingdienst naar de totale schuld die de aanmerkelijkbelanghouder heeft bij alle vennootschappen waarin hij direct of indirect een aanmerkelijk belang heeft. Als peildatum geldt 31 december.

De kwalificatie van de lening verandert civielrechtelijk niet door deze fiscale maatregel. De lening blijft daarmee gewoon op de balans staan van de vennootschap. De rente- en aflossingsverplichtingen blijven ook van kracht. De schuld verlaagt de rendementsgrondslag voor het inkomen uit sparen en beleggen van de aanmerkelijkbelanghouder. Dat verandert niet door deze maatregel.

Voorbeeld

Hans heeft in 2023 een schuld van € 600.000 aan zijn eigen vennootschap. Het bovenmatig deel van de schulden is € 100.000 (€ 600.000 - € 500.000). Hans moet over € 100.000 belasting betalen in box 2. In 2024 leent Hans nog een keer € 50.000 van de eigen vennootschap. De totale schuld op de balans van de onderneming is in 2024 € 650.000. Het bovenmatige deel van de schulden is in 2024 € 50.000.

Let op

Voor het vaststellen van het bovenmatige deel van de schulden, mogen vorderingen op de vennootschap niet salderen met schulden aan de vennootschap!

In het wetsvoorstel ontbreekt een tegenbewijsmogelijkheid. Er wordt voor het vaststellen van het bovenmatige deel van de schulden niet gekeken naar de zakelijkheid van een lening tussen de vennootschap en de aanmerkelijkbelanghouder.

Ook voor partners en kinderen

Als de schulden van de aanmerkelijkbelanghouder en/of zijn fiscaal partner in totaal meer dan € 500.000 bedragen, wordt de belastingheffing bij de belastingplichtige en zijn partner gezamenlijk in aanmerking genomen. Het is daarbij niet relevant dat de belastingplichtige of zijn partner de schulden aangingen. Ook is het niet relevant of de schulden behoren tot het individuele vermogen van de belastingplichtige of van zijn partner. Door middel van deze maatregel wordt voorkomen dat deze regeling wordt omzeild door een partner de lening aan te laten gaan.

Deze maatregel is ook van toepassing op schulden aan verbonden personen van de aanmerkelijkbelanghouder. De wetgever sluit aan bij de definitie uit de meetrekregeling in box 2. Een verbonden persoon is de bloed- of aanverwant in de rechte lijn van de aanmerkelijkbelanghouder of van zijn partner. Minderjarigheid is in dit geval niet van belang.

Voorbeeld

Maurice en Laura zijn gehuwd. Maurice heeft aandelen in Transport BV. Maurice heeft een schuld van € 700.000 aan Transport BV. Laura heeft aandelen in Advies BV. Laura heeft een schuld van € 800.000 aan Advies BV. Het totaal aan schulden bedraagt € 1.500.000.

Maurice en Laura hebben een gezamenlijke drempel van € 500.000. Het gezamenlijke bovenmatig deel van de schulden bedraagt € 1.000.000 (€ 1.500.000 -/- € 500.000). Het maakt niet uit of beide personen ieder een eigen vennootschap hebben. Het box 2-inkomen is een gemeenschappelijk inkomensbestanddeel. Maurice en Laura kunnen zelf de onderlinge verhouding aangeven.

Let op

De verbonden personen hebben een eigen drempel van € 500.000. Er wordt niet gekeken naar de gezamenlijke schuld van de aanmerkelijkbelanghouder en de verbonden personen. Het bovenmatige deel van deze schulden wordt belast bij de aanmerkelijkbelanghouder.

Voorbeeld

Sander heeft aandelen in Biometrie BV. Sander heeft een schuld van € 900.000 aan Transport BV. Patrick is de zoon van Sander. Patrick heeft in het verleden Bioscala BV gekocht. Dat was een deelneming van Biometrie. Voor de aankoop van Bioscala BV heeft Patrick € 600.000 geleend van Biometrie BV. Zowel bij de aankoop van de onderneming als het aangaan van de lening zijn zakelijke voorwaarden overeengekomen. De bovenmatige schuld van Sander bedraagt € 400.000 (€ 900.000 -/- € 500.000). De bovenmatige schuld van Patrick bedraagt € 100.000 (€ 600.000 -/- € 500.000). De gezamenlijke bovenmatig schuld van € 500.000 wordt belast bij Sander.

Negatief fictief regulier voordeel

Het fictief reguliere voordeel kan een positief bedrag of een negatief bedrag zijn. Wanneer aan het einde van het jaar het totaal aan schulden meer is dan € 500.000, wordt het meerdere belast in box 2. De drempel van € 500.000 ten aanzien van de bovenmatige schulden, wordt met dit bedrag verhoogd. Als de schuld op een later moment wordt afgelost, ontstaat er een negatief voordeel uit aanmerkelijk belang. Het negatief voordeel bedraagt maximaal de in eerdere jaren belaste bovenmatige schuld. Bij een negatief voordeel kan een verlies uit aanmerkelijk belang ontstaan. Het verlies uit aanmerkelijk belang kan worden verrekend met de inkomens uit aanmerkelijk belang van het voorafgaande kalenderjaar en de zes volgende kalenderjaren.

Voorbeeld

Mark heeft in 2023 een schuld van € 700.000 aan zijn eigen vennootschap. Het bovenmatig deel van de schulden is € 200.000 (€ 700.000 -/- € 500.000). Mark moet over € 200.000 belasting betalen in box 2. In 2024 betaalt Mark € 300.000 van de lening terug. Er vindt geen dividenduitkering plaats. In 2024 is er een verlies uit aanmerkelijk belang van € 200.000 (€ 500.000 -/- € 700.000). Dat verlies mag Mark verrekenen met het voordeel uit 2023. De drempel bedraagt in 2025 € 500.000.

Een verlies uit aanmerkelijk belang kan niet altijd worden verrekend met een positief inkomen uit het voorgaande jaar of komende zes kalenderjaren. De vennootschap kan niet altijd een dividenduitkering doen waarmee een negatief inkomen verrekend kan worden. Het vermogen is bijvoorbeeld geïnvesteerd.

Als de belastingplichtige en zijn partner geen aanmerkelijk belang meer hebben, vindt er een eindafrekening plaats. Bij de eindafrekening houdt de Belastingdienst rekening met de in eerdere jaren belaste bovenmatige schuld. Daardoor kan het fictief regulier voordeel negatief uitvallen. Het negatief fictief regulier voordeel wordt gesteld op de bovenmatige schuld, verminderd met € 500.000. Het kan voorkomen dat een negatief regulier voordeel uit een eerder jaar nog niet (volledig) is verrekend met een positief voordeel. Dat bedrag mag niet worden meegenomen bij deze eindafrekening. Dat kan leiden tot dubbele heffing.

Voorbeeld

Ron heeft in 2023 een schuld van € 1.200.000 aan zijn eigen vennootschap. Het bovenmatig deel van de schulden is € 700.000 (€ 1.200.000 -/- € 500.000). Ron moet over € 700.000 belasting betalen in box 2. Ron wil een nieuwe machine kopen. De onderneming heeft niet genoeg liquide middelen om de machine te kopen. In 2025 betaalt Ron € 600.000 van de lening terug. De vennootschap koopt de bedrijfsmachine. Er is geen dividenduitkering gedaan in 2024 en 2025. In 2025 is er een verlies uit aanmerkelijk belang van € 600.000. Dat verlies kan niet worden verrekend met het fictief voordeel uit 2023. Als Ron het verlies wil verrekenen, moet zijn vennootschap voor 2032 dividend uitkeren. Na 2031 is de verliesverrekeningstermijn verstreken.

Voorbeeld

Vervolg

Het gaat niet goed met de onderneming van Ron. Deze draait de afgelopen jaren telkens break-even. Er worden geen dividenduitkeringen gedaan. Daardoor is de verliesverrekeningstermijn verstreken. In 2033 wordt de onderneming verkocht voor € 2.000.000. Het vervreemdingsvoordeel bedraagt € 1.950.000. In 2033 is er een negatief regulier voordeel van € 100.000 (€ 100.000 < (€ 0 -/- € 500.000)). Het niet verrekende bedrag van € 600.000 kan niet worden verrekend met het behaalde vervreemdingsvoordeel. Het inkomen uit aanmerkelijk belang bedraagt daardoor € 1.850.000 (€ 1.950.000 -/- € 100.000).

Uitzondering voor eigenwoningschulden

Voor het vaststellen van bovenmatige schulden, worden schulden die kwalificeren als eigenwoningschuld in box 1 niet meegenomen. Dat geldt ook voor eigenwoningschulden die zijn verstrekt aan verbonden personen. Voor eigenwoningschulden die een aanmerkelijkbelanghouder aangaat na 31 december 2022, moet een recht van hypotheek worden verstrekt. Daarvoor is een gang naar de notaris noodzakelijk.

Let op

Alleen fiscaal gefaciliteerde schulden in box 1 die zijn aangegaan voor de aanschaf, het onderhoud of de verbetering van een woning die dient als hoofdverblijf, kunnen als eigenwoningschuld worden aangemerkt.

Tips voor de praktijk

Aanmerkelijkbelanghouders hebben tot eind 2023 de tijd om bovenmatige schulden af te bouwen tot maximaal € 500.000. Hierbij de volgende tips:

  • Bespreek een eventuele bovenmatige schuldverhouding met de vennootschap tijdig met je klant. Er wordt niet voorzien in een overgangsregeling voor bestaande schulden. De aanmerkelijkbelanghouder heeft nu nog tijd om maatregelen te treffen.
  • Het belastingtarief in box 2 stijgt het komende jaar. Het belastingtarief is nu 26,25% en stijgt naar 26,9% in 2021. Bespreek dat met jouw klant als hij zijn schulden bij de vennootschap (deels) wil aflossen voor 2023 en daarvoor dividend wil uitkeren.
  • Als de schulden betrekking hebben op in box 3 belegd onroerend goed, kan het voorkomen dat de klant die wil laten overnemen door een bank. Houd dan rekening met de plannen in box 3 als het om de aftrek van schulden gaat.

Let op

Ondanks het feit dat dit wetsvoorstel nog moet worden behandeld in de kamer, wordt bij het Ministerie van Financiën al nagedacht over verdere aanscherping van deze maatregel. Zo zijn er ideeën om de hoogte van de EWS te beperken tot € 1.090.000, toekomstige EWS niet meer uit te zonderen, of de drempel van € 500.000 te verlagen naar € 17.500. Klik hier voor het Bouwstenenrapport voor een beter belastingstelsel, belasten van (inkomen uit) aanmerkelijk belang, beleidsfiches 5, 6 en 7.