Voor iedereen


Vrijstelling van de RVU-heffing en uitbreiding verlofsparen

Veel werknemers hebben de wens eerder te stoppen met werken. In het Pensioenakkoord zijn daarom een aantal (tijdelijke) maatregelen aangekondigd die dit eenvoudiger moeten maken. Deze maatregelen gaan waarschijnlijk in 2021 in.

Bron: Pensioenakkoord

Ingangsdatum: 1-1-2021

Status: Wetsvoorstel volgt

De RVU heffing

In 2006 werd de Wet Vut, Prepensioen en Levensloop ingevoerd. Het uitgangspunt van deze wet was dat werknemers zoveel mogelijk doorwerken tot 65-jarige leeftijd. In dat kader werd de regeling voor vervroegde uittreding (RVU) fiscaal ontmoedigd. Wilde een werkgever zijn werknemer een uitkering geven zodat hij eerder kon stoppen met werken? Dan moest de werkgever hierover sinds 2006 een boete van 52% pseudo-eindheffing betalen. Bij een RVU denk je bijvoorbeeld aan een VUT-uitkering, maar ook een ontslagregeling in het kader van een reorganisatie kan hier onder vallen.

Voorbeeld

De Laat BV moet om financiële redenen reorganiseren. Zij heeft 3 werknemers in dienst die ouder zijn dan 60 jaar. De Laat BV komt met deze werknemers een ontslagregeling overeen. De werknemers krijgen een eenmalige uitkering waarmee zij de periode tot de pensioendatum kunnen overbruggen. Volgens de Belastingdienst is sprake van een RVU en moet De Laat BV een extra heffing betalen van 52% over de ontslaguitkering.

In het Pensioenakkoord is afgesproken dat de werkgever de RVU-heffing van 52% tijdelijk niet hoeft te betalen. De uitkering moet dan wel voldoen aan de volgende voorwaarden:


  • De werknemer stopt maximaal drie jaar voor zijn AOW-leeftijd met werken.
  • Het uitkeringsbedrag is minder dan € 19.000 per volledig jaar.


De tijdelijke vrijstelling van de RVU-heffing geldt tot en met 2025. Als een werknemer minder dan 3 jaar voor zijn AOW-leeftijd uittreedt dan wordt het heffingsvrije bedrag naar rato aangepast.


Is de RVU hoger dan € 19.000? Dan betaalt de werkgever over het meerdere een boete van 52%. In de Kamerbrief principeakkoord vernieuwing pensioenstelsel benadrukt de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid dat de RVU tot stand komt op basis van wederzijdse vrijwilligheid van werkgever en werknemer. Beiden moeten het dus eens zijn met het vertrek van de werknemer en de vergoeding die hij ontvangt.


De tijdelijke versoepeling van de RVU-heffing moet het voor werknemers met een zwaar beroep eenvoudiger maken om eerder te stoppen met werken. In hoeverre deze maatregel ook echt leidt tot meer werknemers die eerder stoppen is nog maar de vraag. Allereerst moet de werkgever bereid zijn de werknemer een uitkering te geven. Daarnaast moet de uitkering hoog genoeg zijn om eerder stoppen aantrekkelijk te maken. Een uitkering van € 19.000 per jaar kan leiden tot een grote inkomensterugval. De ingangsdatum van het pensioen vervroegen is daarvoor niet altijd de oplossing. Dit leidt tot een actuariële herrekening van de uitkering en daarmee tot een lager pensioen.

Voorbeeld

Martine is 64 jaar oud als zij per 1 januari 2021 gebruik maakt van een regeling voor vervroegd uittreden van haar werkgever. Zij ontvangt de drie jaar tot aan haar AOW-leeftijd een uitkering van haar werkgever van € 15.000 per jaar. De werkgever hoeft nu geen RVU-heffing van 52% over de uitkering af te dragen. Wel wordt de uitkering gezien als loon uit vroegere dienstbetrekking en moet de werkgever loonbelasting inhouden en afdragen over de uitkering. Martine ontvangt dus een netto-uitkering.

Tip

De meeste pensioenregelingen kennen verschillende flexibiliseringsmogelijkheden die je klant kan inzetten om eerder te stoppen met werken. Zo kan hij vaak kiezen voor een hoog-laag uitkering, voor uitruil van partnerpensioen in ouderdomspensioen en voor deeltijdpensioen. Aan alle alternatieven zitten voor- en nadelen. Bespreek de mogelijkheden en de gevolgen met je klanten.

Verlofsparen

Een andere manier om eerder te kunnen stoppen met werken is sparen. Een werknemer kan een bedrag opzij leggen, maar hij kan ook verlofsparen om eerder te stoppen met werken. De minister wil werknemers de mogelijkheid bieden om zonder fiscale gevolgen extra verlof te sparen om eerder met werken te kunnen stoppen.


Werkgevers en werknemers kunnen in een cao afspraken maken over het opsparen van vakantiedagen om eerder met pensioen te kunnen. Fiscaal is dit nu mogelijk tot maximaal 50 weken. Als de werknemer meer dan 50 weken verlof spaart om eerder met pensioen te gaan dan is volgens de Belastingdienst sprake van een RVU, waardoor er sprake is van een extra heffing van 52%.


Werknemers krijgen in de toekomst de mogelijkheid om 100 weken verlof op te sparen om eerder te stoppen met werken. Dit houdt in dat werknemers dus een jaar eerder met pensioen kunnen ten opzichte van de huidige regelingen. Hiermee krijgen werkgevers en werknemers ruimere mogelijkheden om in het arbeidsvoorwaardenoverleg afspraken te maken over het sparen van bovenwettelijk verlof.