Voor iedereen


Tijdelijke oudedagslijfrente

Vanaf 2020 stijgt de AOW gerechtigde leeftijd minder snel. Dit heeft ook gevolgen voor de ingangsdatum van een (tijdelijke) oudedagslijfrente.

Bron: Pensioenakkoord

Ingangsdatum: 1-1-2020

Status: Gevolg wet

Een tijdelijke oudedagslijfrente is een lijfrente met een minimale uitkeringsduur van vijf jaar en een maximale uitkering van € 21.741 bruto per jaar (2019). De tijdelijke oudedagslijfrente mag niet eerder ingaan dan het jaar waarin iemand de AOW-gerechtigde leeftijd bereikt. Ook mag het niet later ingaan dan uiterlijk vijf jaar nadat de AOW-gerechtigde leeftijd is bereikt. Als de AOW-gerechtigde leeftijd verandert dan wijzigt dus automatisch ook de vroegste en uiterste ingangsdatum van de tijdelijke oudedagslijfrente.

Let op

Voor lijfrenteaanspraken die zijn opgebouwd tot 31 december 2013 geldt overgangsrecht. Als een klant voor deze lijfrenteaanspraken een tijdelijke oudedagslijfrente aankoopt dan mag hij deze in laten gaan in het jaar dat hij de 65-jarige leeftijd bereikt.

Voorbeeld

Arjan wordt op 15 september 2019 66 jaar. Hij mag in 2020 zijn tijdelijke oudedagslijfrente in laten gaan. Pas in 2020 bereikt Arjan de AOW-gerechtigde leeftijd van 66 jaar en acht maanden.


Rianne wordt op 15 april 2020 66 jaar. Volgens de huidige wetgeving bereikt zij in 2021 de AOW-gerechtigde leeftijd (67 jaar). Op basis van de Wet temporisering verhoging AOW-leeftijd is in 2020 de AOW gerechtigde leeftijd 66 jaar en vier maanden. Dat betekent dat Rianne haar tijdelijke oudedagslijfrente al in 2020 mag laten ingaan.


De uiterste ingangsdatum van de tijdelijke oudedagslijfrente is voor Arjan en Rianne allebei 2025.

Bancaire oudedagslijfrente

Ook voor een bancaire oudedagslijfrente heeft de aanpassing van het tempo waarin de AOW-leeftijd stijgt gevolgen. Als een bancaire oudedagslijfrente ingaat voor de AOW-gerechtigde leeftijd wordt de minimale uitkeringsduur van de lijfrente 20 jaar. Deze periode wordt verhoogd met het aantal jaren dat de lijfrente eerder ingaat. De aanpassing van de verhoging van de AOW-gerechtigde leeftijd kan dus ook gevolgen hebben voor de duur van de bancaire oudedagslijfrente.

Voorbeeld

Arjan en Rianne uit ons vorige voorbeeld kiezen voor een bancaire oudedagslijfrente. Arjan laat zijn lijfrente ingaan op 15 september 2019 als hij 66 jaar is. Hij bereikt pas in 2020 de AOW-gerechtigde leeftijd en daarom moet de bancaire oudedagslijfrente minimaal 21 jaar lopen. Omdat de uitkering ingaat voor de AOW-gerechtigde leeftijd kan Arjan niet kiezen voor de tijdelijke bancaire oudedagslijfrente.

Rianne laat haar bancaire oudedagslijfrente ook ingaan als zij 66 jaar wordt op 15 april 2020. De minimale uitkeringsduur van haar lijfrente is 20 jaar en dus een jaar korter dan de lijfrente van Arjan. Rianne bereikt in 2020 volgens de nieuwe regels de AOW-gerechtigde leeftijd. Rianne kan ook kiezen voor de tijdelijke bancaire oudedagslijfrente met een duur van 5 jaar.