Voor iedereen


Vervanging Wet Deregulering Beoordeling Arbeidsrelaties (DBA)

Al enige tijd zijn de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en de staatssecretaris van Financiën bezig met het uitwerken van maatregelen over de arbeidsrelaties van zzp’ers. De invoering van de Wet DBA (en daarmee de afschaffing van de verklaring arbeidsrelaties) heeft op dit gebied veel onduidelijkheid veroorzaakt. De onduidelijkheid en de daarbij behorende onzekerheid zal nog tot 1 januari 2021 voortduren.

Bron: Kamerbrief 2019

Ingangsdatum: 1-1-2021

Status: Wetsvoorstel 4e kwartaal 2019

Op 24 juni 2019 presenteerden minister Koolmees en staatssecretaris Snel hun kamerbrief met daarin een voortgangsrapportage over de vervanging van de Wet DBA. De nieuwe wetgeving gaat waarschijnlijk in per 1 januari 2021. In de behandeling wordt een onderscheid gemaakt tussen de zzp’er werkzaam aan de onderkant van de arbeidsmarkt(dit is de zzp’er met een opdrachtgeversverklaring) en de zzp’er met een zelfstandigenverklaring. Enkele verrassende zaken uit deze kamerbrief.

Minimumtarief voor zzp’ers

Ter bescherming van zzp’ers die werkzaam zijn aan de onderkant van de arbeidsmarkt komt er een minimumuurtarief van € 16. Dit minimumtarief geldt voor alle zzp’ers, ongeacht of ze voor particuliere of zakelijke opdrachtgevers werken.


Zakelijke opdrachtgevers worden medeverantwoordelijk voor de betaling van dit tarief. Als uit de nacalculatie blijkt dat een zzp’er meer tijd aan een opdracht besteedde, waardoor het uurtarief onder het minimum daalt, moet de opdrachtgever bijbetalen.


Een opdrachtnemer dient dus zowel vooraf (middels een offerte) als achteraf een calculatie aan te leveren om te beoordelen of hij voldoet aan dit minimumtarief.


Met het minimumuurtarief wil de overheid voorkomen dat zelfstandigen tegen een te laag tarief werken. Daarnaast moet dit minimumuurtarief bijdragen aan het kiezen voor inhuur van zelfstandigen om de juiste reden. Immers, het verschil in kosten tussen werknemers en zelfstandigen aan de onderkant van de arbeidsmarkt wordt door invoering van dit tarief verkleind.

Zelfstandigenverklaring

In het regeerakkoord staat dat er voor zelfstandige ondernemers door een zelfstandigenverklaring, een opt-out van de loonheffingen en de werknemersverzekeringen komt. Het doel van deze maatregel is om zzp’ers aan de bovenkant van de arbeidsmarkt en hun opdrachtgevers zekerheid te bieden dat er géén sprake is van een dienstbetrekking. Aanvullend hierop is in de kamerbrief het voorstel opgenomen om de reikwijdte van de opt-out uit te breiden waardoor een werkende zzp’er geen aanspraak kan maken op loondoorbetaling bij ziekte, ook als achteraf blijkt dat er toch sprake is van een werknemersrelatie.


Voor het gebruik van de zelfstandigenverklaring gelden de volgende voorwaarden:


  • In de overeenkomst van de opdracht moet opgenomen zijn dat partijen geen arbeidsovereenkomst willen sluiten.
  • De arbeidsbeloning bedraagt minimaal € 75 per uur (2019).
  • De overeenkomst wordt aangegaan voor maximaal één jaar.
  • De opdrachtgever en de opdrachtnemer ondertekenen beiden de zelfstandigenverklaring.
  • De opdrachtnemer moet bij de Kamer van Koophandel ingeschreven staan.

Opdrachtgeversverklaring en webmodule

Sinds de invoering van de Wet DBA geven opdrachtgevers en zzp’ers aan dat onvoldoende duidelijk is in welke gevallen er geen sprake is van een dienstbetrekking. Het kabinet werkt daarom aan een webmodule met een aantal vragen gebaseerd op wetgeving en jurisprudentie. Op basis van de antwoorden op deze vragen kan vooraf worden vastgesteld dat er géén sprake is van een dienstverband.


In dat geval zal de webmodule een opdrachtgeversverklaring produceren. Hiermee heeft een opdrachtgever vooraf zekerheid dat hij geen loonheffing hoeft in te houden en af te dragen. Dit geldt ook voor de premies werknemersverzekeringen en de inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet.


De opdrachtgeversverklaring is geldig voor zover de webmodule naar waarheid is ingevuld en de werkzaamheden in de praktijk hierop aansluiten.