Voor ondernemers


Excessief lenen bij de eigen bv

Aanmerkelijkbelanghouders betalen vanaf 2022 inkomstenbelasting over (een deel van) de bovenmatige lening die zij bij de eigen onderneming zijn aangegaan. Dit voorjaar is het wetsvoorstel excessief lenen bij de eigen vennootschap ter consultatie gepubliceerd. Hierin staat dat een aanmerkelijkbelanghouder vanaf 2022 belasting betaalt over zijn schulden bij de eigen vennootschap voor zover deze schulden meer bedragen dan € 500.000. Eigenwoningschulden die bij de eigen vennootschap zijn afgesloten, vallen hier niet onder.

De verwachting is dat het ministerie in het vierde kwartaal van 2019 komt met een (iets) aangepast wetsvoorstel.

Bron: Wetsvoorstel

Ingangsdatum: 1-1-2022

Status: Aangepast voorstel 4e kwartaal 2019

Box 2

De belastingplichtige heeft een aanmerkelijk belang als hij bijvoorbeeld 5% van de aandelen bezit in een vennootschap. Het inkomen uit aanmerkelijk belang is het gezamenlijke bedrag uit de winstuitdelingen en vervreemdingswinsten. Het voordeel uit aanmerkelijk belang is belast in box 2.


Het kabinet wil het excessief lenen bij de eigen vennootschap tegengaan. Door te lenen van de eigen vennootschap kunnen aanmerkelijkbelanghouders belastingheffing in box 2 voor een lange tijd uitstellen. In plaats van dividend uitkeren, neemt de aandeelhouder op ten laste van de rekening courant bij de BV. In een aantal situaties wordt zelfs afstel gerealiseerd. Dit is het geval wanneer de aanmerkelijkbelanghouder de lening niet kan terugbetalen (bijvoorbeeld bij faillissement).

Regelmatig speelt de vraag of en in hoeverre sprake is van een lening. De Belastingdienst vindt vaak dat de lening een verkapte (fiscale) winstuitdeling is. In de praktijk blijkt dit lastig aantoonbaar door de Belastingdienst. Met dit wetsvoorstel behoren discussies over schuldverhoudingen van meer dan € 500.000 tot de verleden tijd.

Wetsvoorstel excessief lenen bij eigen vennootschap

Het doel van het wetsvoorstel excessief lenen bij eigen vennootschap is het beperken van toegenomen belastinguitstel (of -afstel) door de aanmerkelijkbelanghouder. Dit wordt bereikt door de schulden van de aanmerkelijkbelanghouder in box 2 te belasten. Indien de totale som van de schulden meer dan € 500.000 bedraagt, wordt het meerdere in 2022 belast als inkomen uit aanmerkelijk belang. Hierbij kijken ze naar de totale schuld die de aanmerkelijkbelanghouder heeft bij alle vennootschappen waarin hij direct of indirect een aanmerkelijk belang heeft. Als peildatum geldt 31 december.

De kwalificatie van de lening verandert civielrechtelijk niet door deze fiscale maatregel. De lening blijft daarmee gewoon op de balans staan van de vennootschap. De rente- en aflossingsverplichtingen blijven eveneens van kracht. De schuld verlaagt de rendementsgrondslag voor het inkomen uit sparen en beleggen van de aanmerkelijkbelanghouder. Dit verandert niet door deze maatregel.

Voorbeeld

Hans heeft in 2023 een schuld van € 600.000 aan zijn eigen vennootschap. Het bovenmatig deel van de schulden is € 100.000 (€ 600.000 - € 500.000). Hans moet over € 100.000 belasting betalen in box 2. In 2024 leent Hans nog een keer € 50.000 van de eigen vennootschap. De totale schuld op de balans van de onderneming is in 2024 € 650.000. Het bovenmatige deel van de schulden is in 2024 € 50.000.

Let op

Voor het vaststellen van het bovenmatige deel van de schulden, mogen vorderingen op de vennootschap niet salderen met schulden aan de vennootschap!

In het wetsvoorstel ontbreekt een tegenbewijsmogelijkheid. Er wordt voor het vaststellen van het bovenmatige deel van de schulden niet gekeken naar de zakelijkheid van een lening tussen de vennootschap en de aanmerkelijkbelanghouder.

Ook voor partners en kinderen

Als de schulden van de aanmerkelijkbelanghouder of zijn fiscaal partner in totaal meer dan € 500.000 bedragen, wordt de belastingheffing bij de belastingplichtige en zijn partner gezamenlijk in aanmerking genomen. Het is hierbij niet relevant de belastingplichtige of zijn partner de schulden aangingen. Ook is het niet relevant of de schulden behoren tot het individuele vermogen van de belastingplichtige of van zijn partner. Door middel van deze maatregel voorkom je dat deze regeling wordt omzeild door een partner de lening aan te laten gaan.


Deze maatregel is ook van toepassing op schulden aan verbonden personen van de aanmerkelijkbelanghouder. Een verbonden persoon is de bloed- of aanverwant in de rechte lijn van de aanmerkelijkbelanghouder of van zijn partner. Minderjarigheid is in dit geval niet van belang. Het bovenmatige deel van deze schulden wordt belast bij de aanmerkelijkbelanghouder.

Voorbeeld

Maurice en Laura zijn gehuwd. Maurice en Laura hebben aandelen in Transport BV. Maurice heeft een schuld

€ 700.000 aan Transport BV. Laura heeft ook een schuld van € 700.000 aan Transport BV. Het totaal aan schulden aan Transport BV bedraagt € 1.400.000. Het gezamenlijke bovenmatig deel van de schulden bedraagt € 900.000 (€ 1.400.000 - € 500.000). Het box 2-inkomen is een gemeenschappelijk inkomensbestanddeel. Maurice en Laura kunnen zelf de onderlinge verhouding aangeven.

Vervreemdingskorting, maar geen verrekening met regulier box 2 inkomen

De belastingheffing in box 2 op basis van deze afrekening betekent feitelijk dat er over een deel van de winstreserve is afgerekend. In het voorbeeld van Maurice en Laura is er box 2 belasting betaald over € 900.000. Het is echter niet zo dat hierdoor de winstreserve voor € 900.000 afneemt, ten gunste van netto eigen vermogen in de BV.


Als de aanmerkelijkbelanghouder in 2022 wordt belast vanwege een bovenmatige schuld aan de eigen vennootschap, heeft hij recht op een vervreemdingskorting. Een later behaald vervreemdingsvoordeel wordt verminderd op de vervreemdingskorting. De vervreemdingskorting bedraagt het belastbaar bedrag van de bovenmatige schuld. Dit geldt alleen als er een vervreemding plaatsvindt van de aandelen, waardoor niet langer een aanmerkelijk belang is. Het vervreemdingsvoordeel kan niet door toepassing van de vervreemdingskorting negatief worden.

Let op

De vervreemdingskorting geldt alleen als er een vervreemding plaatsvindt van de aandelen, waardoor er niet langer sprake is van een aanmerkelijk belang.

De vervreemdingskorting is het belastbaar bedrag van de bovenmatige schuld (fictief regulier voordeel) waarover in het jaar 2022 inkomstenbelasting is verschuldigd. Deze mogelijkheid voor verrekening is er niet voor (fictief) reguliere voordelen van na 2022, dus ook niet in geval van dividenduitkeringen. Dit betekent dat in veel situaties een behoorlijk risico op dubbele belastingheffing ontstaat.

Voorbeeld

Piet heeft in 2022 voor € 700.000 aan schulden aan zijn eigen vennootschap. Er is sprake van een bovenmatig deel van de schulden van € 200.000 (€ 700.000 - € 500.000). Piet moet over € 200.000 belasting betalen in box 2. In 2026 verkoopt Piet zijn aanmerkelijk belang voor € 2.000.000. Dit aanmerkelijk belang heeft hij in het verleden verworven voor € 300.000. Piet heeft recht op de vervreemdingskorting. Zijn vervreemdingsvoordeel bedraagt hierdoor € 1.500.000 (€ 2.000.000 - € 300.000 - € 200.000).

Uitzondering voor eigenwoningschulden

Voor het vaststellen van bovenmatige schulden, worden schulden die kwalificeren als eigenwoningschuld niet meegenomen. Daarbij geldt dat voor eigenwoningschulden die worden aangegaan na 31 december 2021, een recht van hypotheek moet worden verstrekt. Hiervoor is een gang naar de notaris noodzakelijk.

Let op

Alleen schulden die zijn aangegaan voor de aanschaf, het onderhoud of de verbetering van een woning die dient als hoofdverblijf, kunnen als eigenwoningschuld worden aangemerkt.

Tips voor de praktijk

Aanmerkelijkbelanghouders hebben tot eind 2022 de tijd om bovenmatige schulden af te bouwen tot maximaal € 500.000. Hierbij de volgende tips:


  • Bespreek een eventuele bovenmatige schuldverhouding met de vennootschap tijdig met je klant. Er wordt niet voorzien in een overgangsregeling voor bestaande schulden. De aanmerkelijkbelanghouder heeft nu nog tijd om maatregelen te treffen.
  • Het belastingtarief in box 2 gaat de komende jaren stijgen. Het belastingtarief is nu 25% en stijgt naar 26,25% in 2020 en 26,9% in 2021. Bespreek dit met jouw klant als deze zijn schulden bij de vennootschap (deels) wil aflossen voor 2022 en daarvoor dividend wil uitkeren.
  • Als de schulden betrekking hebben op in box 3 belegd onroerend goed en de klant wil deze laten overnemen door een bank, houd dan rekening met de plannen in box 3 als het om de aftrek van schulden gaat.