Voor ondernemers


Vernieuwing kleine-ondernemersregeling

De Wet modernisering kleineondernemersregeling (KOR) treedt in werking per 1 januari 2020. De huidige regeling is gebaseerd op een vrijstellingsbedrag. De nieuwe regeling is gebaseerd op de omzet. Kleine ondernemers met maximaal € 20.000 omzet in Nederland kunnen vanaf 1 januari 2020 kiezen voor een vrijstelling van omzetbelasting.

Bron: Wet modernisering KOR

Ingangsdatum: 1-1-2020

Status: Wet

De wetgever beoogt met deze wetswijziging kleine ondernemers te stimuleren en ondersteunen. De administratieve lastenverlichting die de wetgever wil bereiken, kan gunstig zijn voor een deel van de naar schatting 900.000 kleine ondernemers. Op termijn zal deze administratieve lastenverlichting ook voor de Belastingdienst gunstig zijn.

Btw-afdracht

Een ondernemer brengt normaal gesproken omzetbelasting (btw) in rekening over de producten die hij verkoopt en diensten die hij levert aan zijn klanten. Deze omzetbelasting dient hij af te dragen aan de Belastingdienst. Omzetbelasting die de ondernemer zelf betaalt over zakelijke kosten kan hij terugvorderen. In de praktijk leidt dit ertoe dat de ondernemer de af te dragen omzetbelasting saldeert met de aan hem in rekening gebrachte omzetbelasting.

Huidige kleineondernemersregeling

Voor kleine ondernemers kan het administreren en afdragen van omzetbelasting behoorlijk belastend zijn. Om deze groep tegemoet te komen, is de kleineondernemersregeling al een aantal jaar van toepassing. De KOR geldt alleen voor natuurlijke personen (eenmanszaak, vof, maatschap). De regeling bestaat uit:


  • Vermindering van het te betalen btw-bedrag in een jaar dat de te betalen btw minder is dan € 1.883.
  • Volledige vrijstelling van de te betalen btw wanneer deze minder is dan € 1.345. Als dit meerdere jaren het geval is, kun je verzoeken om ontheffing van administratieve verplichtingen.

Vereenvoudiging kleineondernemersregeling

Door de vrijstelling per 1 januari 2020 te wijzigen naar een omzet gerelateerde vrijstelling, is de regeling aanzienlijk makkelijker. Als hoofdregel geldt dat de omzetvrijstelling afhankelijk is van de belaste omzet van de onderneming. Als de omzetbelasting wordt betaald over de winstmarge, rekenen we alleen de winstmarge mee als omzet. Ook worden sommige btw-vrijgestelde prestaties meegeteld bij de omzet. Dit zijn de volgende diensten:


  • Levering en verhuur van onroerende goederen.
  • Financiële diensten op het gebied van betaalverkeer, de effecten en kredietverlening.
  • Verzekeringsdiensten- en herverzekeringsdiensten.

Voorbeeld

Marloes heeft een eenmanszaak. Ze heeft een WFT-vergunning en adviseert in verzekeringen en hypotheken. Incidenteel maakt Marloes financiële planningsrapporten voor ondernemers waarover ze omzetbelasting in rekening brengt. De btw-vrijgestelde omzet bedraagt € 40.000. De btw-belaste omzet bedraagt € 14.520 (incl. € 2.520 btw). In totaal wordt aan Marloes in 2019 € 4.250 omzetbelasting in rekening gebracht. Hiervan is € 1.400 toe te rekenen aan de belaste diensten. Marloes moet dan € 1.120 omzetbelasting afdragen aan de Belastingdienst. In 2019 kan Marloes echter gebruik maken van de KOR. Marloes geniet volledige vrijstelling omdat de te betalen btw minder bedraagt dan € 1.345.


In 2020 daarentegen kan Marloes geen gebruik maken van de KOR. De omzet voor de KOR bedraagt € 52.000 (€ 40.000 + € 14.520 - € 2.520 btw).

Voorbeeld

Lars is ondernemer. Hij koopt auto’s van particulieren en verkoopt deze auto’s weer door. Hij mag als autohandelaar de margeregeling toepassen. De margeregeling geldt voor de inkoop van goederen zonder omzetbelasting. Je betaalt dan omzetbelasting over de winstmarge. De kostprijs voor Lars bedraagt in 2019 € 50.000 en de omzet € 71.780 (incl. € 3.780 btw). In totaal wordt aan Lars door leveranciers € 1.000 omzetbelasting in rekening gebracht. Lars moet over 2019 € 2.780 (€ 3.780 - € 1.000) omzetbelasting afdragen aan de Belastingdienst. Lars kan in 2019 geen gebruik maken van de KOR. De af te dragen omzetbelasting bedraagt namelijk meer dan € 1.883.


In 2020 kan Lars wel gebruik maken van de KOR. Omdat er gebruik wordt gemaakt van de margeregeling, wordt voor de toepassing van de KOR alleen de winstmarge meegerekend als omzet. De omzet voor de KOR bedraagt € 18.000 (€ 71.780 - € 50.000 - € 3.780 btw).

Nieuwe regeling geldt voor alle ondernemingen

Alle ondernemingsvormen in Nederland met een jaaromzet onder de € 20.000 komen in aanmerking voor de vernieuwde regeling. De KOR wordt ook toegankelijk voor niet-natuurlijke personen. De omzetgrens geldt per kalenderjaar, dus ook bij start van een onderneming gedurende het jaar. Is de jaaromzet van de ondernemer hoger dan € 20.000, dan blijven de normale regels van de omzetbelasting en bijbehorende administratieve verplichtingen van toepassing.

Vrije keuze

Een ondernemer die vanaf 1 januari 2020 een omzet van maximaal € 20.000 realiseert, heeft een vrije keuze om gebruik te maken van deze nieuwe regeling. Als hij gebruik maakt van de regeling, brengt hij zijn afnemers geen omzetbelasting (meer) in rekening. De betaalde omzetbelasting kan dan ook niet meer in aftrek worden gebracht. Deze ondernemer is daarbij ontheven van het doen van aangiften omzetbelasting en bijbehorende administratieve verplichtingen.


Zodra de omzet in een kalenderjaar boven de € 20.000 komt, vervalt de KOR. De belastingplichtige kan dan drie jaar lang niet meer gebruik maken van de KOR. De belastingplichtige kan niet ieder jaar beslissen of hij wel of niet mee gaat doen.

Voorbeeld

Een ondernemer die nu een omzet realiseert van € 18.000 en op jaarbasis en 21% omzetbelasting verschuldigd is, moet volgens de huidige regeling omzetbelasting afdragen en bijbehorende administratieve verplichtingen verrichten. In de nieuwe regeling kan de ondernemer kiezen voor vrijstelling van omzetbelasting en bijbehorende administratie.


Het kan gebeuren dat de ondernemer gedurende het kalenderjaar een hogere omzet genereert dan € 20.000. In dat geval voldoet hij niet meer aan de voorwaarden. Dit betekent dat alle leveringen en diensten die worden verricht na die overschrijding van deze omzetgrens, niet langer vrijgesteld zijn van omzetbelasting.

Tips voor de praktijk

Spreek je een kleine ondernemer die met afdracht omzetbelasting te maken heeft, bespreek dan de eventuele mogelijkheid om vanaf 1 januari 2020 gebruik maken van deze gewijzigde regeling. Let daarbij op het volgende:


  • Een ondernemer die de vrijstelling wil toepassen op 1 januari 2020, moet uiterlijk op 20 november 2019 zijn keuze melden. Een ondernemer die de vrijstelling wil toepassen na 1 januari 2020, dient uiterlijk 4 weken voorafgaand aan het belastingtijdvak hiervoor een verzoek in te dienen bij de belastinginspecteur. De KOR kan niet met terugwerkende kracht worden toegepast.


  • Een ondernemer die in 2019 al een ontheffing van administratieve verplichting heeft voor de omzetbelasting, gaat automatisch deelnemen aan de nieuwe KOR vanaf 1 januari 2020. Als de ondernemer dit niet wil, moet hij een verzoek doen tot uitnodiging tot het doen van aangifte.


  • Een ondernemer moet bij het maken van zijn keuze rekening houden met toekomstige investeringen en teruggaven van omzetbelasting. Het kan nadelig zijn om gebruik te maken van de KOR.