Voor particulieren


Box 3 spaarders worden ontzien, beleggers betalen

Spaarders betalen, zeker met de lage rentestand van dit moment, onevenredig veel belasting. Om deze reden wil staatssecretaris Snel met ingang van 1 januari 2022 verdere hervormingen doorvoeren in box 3. Zo moet de belastingheffing in box 3 beter aansluiten bij de daadwerkelijke rendementen die een belastingplichtige realiseert over zijn spaargeld. Door een heffingsvrij inkomen te introduceren van € 400 per belastingplichtige gaan volgens de staatssecretaris circa 1,35 miljoen mensen straks helemaal geen belasting meer betalen in box 3. Maar de staatssecretaris geeft geen geld weg. De opbrengsten moeten voor de overheid gelijk blijven. Daarom gaat de belegger fors meer betalen, om de spaarder te ontzien.

Bron: Belastingplan 2020 & Kamerbrief Aanpassing box 3

Ingangsdatum: 1-1-2020 & 1-1-2022

Status: Wetsvoorstel verwacht in 2020

Box 3 in 2020 versus 2022

In onderstaande tabel vind je in de tweede kolom de cijfers voor 2020. In de derde kolom staat de situatie vanaf 2022 (op basis van het voorstel van staatssecretaris Snel).

Let op

Het vrijgesteld vermogen vervalt en in plaats daarvan komt er een drempel. Komen de bezittingen uit boven deze drempel, dan wordt het volledige bedrag belast.



...
...
...
...

...
...
...
...
...



Box 3 in 2020 versus 2022


Wat is het vermogen?
...
...
...

Forfaitair rendement
...
...
...
...

Belastbaar inkomen

Tarief

Bron: Rijksoverheid

Maar wat betekenen al deze wijzigingen voor verschillende doelgroepen? We staan stil bij spaarders, beleggers en mensen met een woningschuld in box 3.


2019

Vermogen (bezittingen min schulden):
Minder dan heffingsvrij vermogen € 30.846, geen box 3.
Meer dan heffingsvrij vermogen € 30.846, wel box 3 over het vermogen voor zover meer dan € 30.846.

Forfaitair rendement over rendementsgrondslag:
a. € 0 t/m € 72.797: 1,80%
b. € 72.797 t/m € 1.005.572: 4,22%
c. Meer dan € 1.005.572: 5,33%
a + b + c = rendement box 3

Rendement box 3 = belastbaar inkomen box 3

30%


2022

Bezittingen:
Minder dan drempel van € 30.846, geen box 3.
Meer dan drempel van € 30.846, wel box 3 over het volledige vermogen.
...

Forfaitair rendement over vermogen:
a. Waarde spaargeld: 0,09%
b. Waarde overige bezittingen: 5,33%
c. Waarde schulden: 3,03%
a + b – c = inkomen box 3

Inkomen box 3 – heffingsvrij inkomen = belastbaar inkomen box 3

33%

Spaarders

In het voorstel is vanaf 2022 de daadwerkelijke samenstelling van het vermogen leidend. Voor ieder vermogensbestanddeel geldt een forfaitair rendement dat de realiteit zo dicht mogelijk benadert.

Let op

Als de rente stijgt daalt het belastingvrije spaargeld heel snel.

Beleggers

Voor beleggers geldt hetzelfde als voor spaarders, vanaf 2022 is de daadwerkelijke samenstelling van het vermogen leidend.

Let op

Heeft een belegger een defensief risicoprofiel – hij heeft bijvoorbeeld het vermogen nodig als aanvullend inkomen- dan bestaat het beleggingsfonds hoofdzakelijk uit obligaties. In deze situatie wordt de belegger onder het nieuwe stelsel bijna gedwongen om of veel meer risico te nemen of maar te gaan sparen.

Schulden in box 3

Een woning in box 3 met een verhuurhypotheek en de gedeeltelijk gefinancierde vakantiewoning zijn als gevolg van de lage rente op spaarrekeningen bijzonder populaire beleggingen geworden. De voorgestelde hervormingen hebben grote impact op deze groep, aangezien schulden niet langer het vermogen in box 3 verminderen.

Tip

Wijs de klant bij een aanvraag voor een hypotheek op een beleggingspand of vakantiewoning nu al op de mogelijke belastingverzwaring die eraan komt in box 3.

Voorbeeld

Stel de spaarrente stijgt naar 3%. Het rendement op beleggingen is 6%. Het forfaitair rendement sluit aan bij deze rendementen. Irene en Jan hebben € 100.000 spaargeld.


2020

Onder het huidige systeem met vrijstelling en een tarief van 30% betalen Irene en Jan € 100.000 -/- € 61.692 = € 38.308 x 67% x 3% = € 769
€ 38.308 x 33% x 6% =€ 758
€ 1.527 x 30% = € 458.


2022

Onder het nieuwe systeem zonder vrijstelling en een tarief van 33% betalen Irene en Jan € 100.000 x 3% = €3.000 -/- € 800 (2x heffingsvrij inkomen) = € 2.200. Hierover betalen Irene en Jan 33% belasting, oftewel € 726.

Dit betekent dat zij onder het huidige systeem minder belasting betalen.

Voorbeeld

Stel het rendement op beleggingen is gemiddeld 6%. Het forfaitair rendement sluit aan bij de spaarrente van 3% en deze 6%. Manuel heeft € 75.000 aan beleggingen. Hij is een defensieve belegger en haalt een gemiddeld rendement van 4%.

2020

Onder het huidige systeem met vrijstelling en een tarief van 30% betaalt Manuel:
€ 75.000 -/- € 30.846 = € 44.154 x 67% X 3% = € 887
€ 44.154 x 33% x 6% = € 874
€1.761 x 30% = € 528 (resterend netto rendement 3,3%)

2022

Onder het nieuwe systeem zonder vrijstelling en een tarief van 33% betaalt Manuel:

€ 75.000 x 6% = €4.500 -/- € 400 = € 4.100. Hierover betaalt Manuel 33% belasting, oftewel € 1.353 (resterend netto rendement 2,2%)

Stel dat Manuel in plaats van beleggingen € 75.000 aan spaargeld heeft. Hierbij houden we het forfaitair rendement aan uit het vorige voorbeeld, oftewel 3%.

Onder het nieuwe stelsel ziet de berekening er als volgt uit: € 75.000 x 3% = €2.250 -/- € 400 = € 1.850. Hierover betaalt Manuel 33% belasting, oftewel € 610 (resterend netto rendement 2,2%!)

Dit betekent dat Manuel wanneer hij spaart in plaats van belegt € 743 bespaart. Dit is voor hem extra interessant, aangezien het daadwerkelijke rendement op zijn beleggingen lager ligt dan het forfaitair rendement. Ook is het uiteindelijke verwachte netto rendement gelijk.

Voorbeeld

Gerard gebruikt zijn spaargeld om een woning voor de verhuur te kopen. De waarde van de woning is € 350.000. Hij heeft een verhuurhypotheek van € 250.000. Daarnaast heeft hij nog € 200.000 aan beleggingen.


2020

Vermogen (bezittingen minus schulden) € 300.000

Vrijstelling€ 30.846

Belastbaar vermogen€ 269.154

1ste schijf € 72.797 x 1,8% = € 1.310

2e schijf € 196.357 x 4,22%= € 8.286

Te betalen belasting: € 9.596 x 30% = € 2.878


2022

Beleggingen € 550.000 x 5,33% = € 29.315

Schulden € 250.000 x 3,03% = € 7.575

Belastbaar rendement € 21.740 -/- € 400 = € 21.340

Te betalen belasting: € 21.340 x 33% = € 7.042


Verschil in te betalen belasting is € 4.164


Let op

Als adviseur is het belangrijk om klanten te wijzen op mogelijke negatieve gevolgen voor persoonlijke situaties.

Voorlopige conclusie

De staatssecretaris presenteerde dat hij de 1,35 miljoen spaarders gaat ontzien. Maar het voorstel kan de nodige problemen opleveren. In een tijd met lage rentes is de kans op weinig rendement erg groot. Dit kan ertoe leiden dat defensieve beleggers, die geacht worden 5,33% rendement te halen, rechtszaken aanspannen. Veel organisaties uiten kritiek op het voorstel. Wij zijn benieuwd wat onze volksvertegenwoordigers vinden van dit voorstel. In deze infographic van de Rijksoverheid staan de belangrijkste wijzigingen nog eens weergegeven.